Het is iets dat iedereen wel eens overkomt. Je hebt goederen verkocht of een dienst geleverd waarvoor een factuur wordt gestuurd met het bedrag dat de klant zou moeten gaan betalen. En dan gebeurt het, er komt discussie over de geleverde dienst, de goederen, het bedrag, de service, alles en iedereen wordt er aan de haren bijgesleept met als doel de factuur niet te betalen. Of jouw klant blijkt in een faillissement terecht te zijn gekomen en er rest niets anders dan de vordering op te geven bij de curator. Wat dan?

Informatie over de klant

Dit is een open deur, maar we willen het toch aanhalen. Een nieuwe opdracht, een nieuwe klant, het is natuurlijk heel fijn. Het kan echter geen kwaad om wat achtergrondinformatie te verzamelen over de klant.

Kun je op internet iets vinden over de klant en zijn betalingsgedrag? Je kunt voor een paar tientjes een kredietrapportage opvragen bij diverse bureaus om zo wat meer inzicht te krijgen over jouw potentiële opdrachtgever. Kennen mensen in jouw netwerk de man of vrouw waar je zaken mee gaat doen en hoe kijken zij tegen het bedrijf aan?

Soms kun je op basis van deze gegevens besluiten om niet met de klant in zee te gaan of je kunt op basis van een voorschotfactuur werken van bijvoorbeeld 30% van het totale bedrag. Dit om de eerste onkosten of inkopen te dekken. Tot zover.

Invorderen

Helaas ben je nu in het traject beland dat de klant niet betaald. Je hebt een paar herinneringen/aanmaningen gestuurd (email niet ontvangen, post is vertraagd). Je hebt gebeld, meerdere malen – sorry de directeur is net in overleg, naar een klant, op zakenreis. Je bent langs geweest (de deur was dicht, er was personeel maar niemand kon je helpen). Het volgende station wordt een incassobureau en wellicht een gerechtsdeurwaarder. Het kan zijn dat je het verlies neemt en het laat voor wat het is. We gaan hier verder niet op in.

BTW oninbare vordering

Waar we wel op in gaan is het de afgedragen BTW op de vordering die inmiddels oninbaar is geworden. De wettelijke regelingen zijn sinds 1 januari 2017 veranderd.

De oude regeling

Tot 1 januari 2017 was de regeling dat er een brief gestuurd moest worden naar de belastingdienst met het verzoek om BTW terug te krijgen over de oninbare facturen. Bij dit verzoek moesten de facturen meegestuurd worden van de oninbare vorderingen met ook tekst en uitleg erbij waarom dit oninbaar was. Meestal kwam dit door een faillissement en kon je deze bekendmaking bijvoegen. Anders was het aantonen dat je echt je best had gedaan om in te vorderen. Bij akkoord kreeg je van de belastingdienst een beschikking van het bedrag waar je om verzocht om terug te ontvangen.

De methode was wat omslachtig, veel ondernemers deden dit niet. Ze lieten het zo, of namen het op in de omzetbelastingaangifte of ze maakten gewoon een creditnota die voor de ‘interne verwerking’ was. De laatste twee methoden mochten niet.

De nieuwe regeling

Vanaf 1 januari 2017 is het mogelijk om de BTW op niet betaalde vorderingen in jouw omzetbelastingaangifte op te nemen. Let op het gaat over vorderingen die één jaar uitstaan. Een vordering van 31 maart 2017 mag in je in de eerst volgende  BTW aangifte na 31 maart 2018 meenemen. 

Je geeft het bedrag aan als negatieve omzet en hiermee verlaagt de af te dragen btw op aangifte. Het is eigenlijk alsof je een creditnota maakt, dan boek je ook ‘negatieve omzet’ en negatieve BTW. 

De overgangsregeling

Hebt je een vordering waarvan de uiterste betaaldatum is verstreken vóór 1 januari 2017 maar die op die datum (gedeeltelijk) niet is ontvangen? En is die vordering vóór 1 januari 2017 niet oninbaar? Dan begint de termijn van 1 jaar te lopen op 1 januari 2017. Dit betekent dat deze vordering op 1 januari 2018 als oninbaar wordt aangemerkt voor zover de vordering op die datum nog steeds niet is ontvangen. Wanneer de oninbaarheid van deze vordering in de loop van 2017 op een andere wijze is komen vast te staan, ontstaat uiteraard al op dat moment het recht op teruggaaf.

Bij de overgangsregeling mag je de btw terugvorderen op facturen voor 1 januari 2017 via de aangifte maar je mag ook een brief sturen naar de belastingdienst met het verzoek om teruggaaf van de btw.

Toetsen

Toets ieder maand of ieder kwartaal wat er aan debiteuren open staat wat echt niet meer te innen valt en zorg voor teruggaaf van de BTW. Dit betekent dat het maximaal 1 jaar mag openstaan om het via de aangifte terug te vorderen anders wordt het weer een brief.

Eens van gedachten wisselen over dit onderwerp of andere zaken?

Vraag een consultancygesprek aan met ons (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).
Het tarief is € 150 ex btw per uur.

Kees Tuip en Mariëtte Bos

Contact

Amolé B.V.
Binderij 7 K
1185 ZH Amstelveen

T +31 20-737 18 68
M +31 6-466 211 45 (Kees)
M +31 6-464 220 91 (Mariëtte)

Kamer van Koophandel: 54329183
BTW: NL 8512.61.279.B01

 

Wij zijn aangesloten bij:



 

Blog

De rendementsheffing in Box 3: Een doorn in het oog

In ons boxensysteem wordt het (meeste) vermogen dat wij bezitten belast in Box 3. Er zijn ook vermogensbestanddelen die in Box 1 en Box 2 worden belast maar in deze blog gaat het alleen over box 3. Specifieker over het fictieve rendement dat belast wordt tegen 30% belasting. Hier is al veel over gezegd en geschreven. Toch blijft het zuur als je bedenkt dat er nauwelijks rente over spaargeld vergoed wordt en de overheid vrij stellig blijft beweren dat minimaal 4% als rendement over het vermogen reëel is.

Lees meer...

Arbeidsrecht Actueel

Copyright © Amolé B.V. 2019. Kvk 54329183. Alle rechten voorbehouden. Website: Panthera BV. Disclaimer  |  Sitemap  |  Algemene voorwaarden  |  Privacy statement

Scroll to top