Nieuwsbrief september

11 oktober 2024

In de nieuwsbrief van september lees je alles over: regeling lage-inkomensvoordeel (LIV) vervalt per 2025, loonkostenvoordeel oudere werknemers afgebouwd 2025 en geen verplichte duurzaamheidsrapportage.

Regeling lage-inkomensvoordeel (LIV) vervalt per 2025

De regeling verlaagt de loonkosten voor werkgevers voor medewerkers met een laag loon tot maximaal € 1.000 per medewerker per jaar. Voor 2024 kun je nog aanspraak maken op LIV voor medewerkers die rond het minimumloon verdienen, maar per 1 januari 2025 vervalt de regeling.



Op basis van de verloonde uren in loonaangiften ziet de Belastingdienst automatisch voor welke medewerkers er recht op LIV is. De uitbetaling van het LIV 2024 vindt plaats in 2025. Let op de ontvangst is ruim een half jaar later. In 2026 is er geen lage-inkomensvoordeel meer.


LKV: Loonkostenvoordeel oudere werknemers afgebouwd 2025


Het loonkostenvoordeel (LKV) is een tegemoetkoming voor werkgevers die één of meer oudere werknemers met een uitkering of werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsbeperking in dienst nemen dan wel houden. Voor oudere werknemers wordt het LKV per 1 januari 2025 afgebouwd.


Dit betekent in 2025 een verlaging van het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers voor dienstbetrekkingen die begonnen ná 1 januari 2024 naar € 1,35 per verloond uur en afschaffing per 1 januari 2026. Voor dienstbetrekkingen die begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het LKV € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar tot het einde van de looptijd van maximaal 3 jaar.


De werknemer vraagt binnen 3 maanden na het in dienst komen een doelgroepverklaring LKV aan. De werkgever vraagt loonkostenvoordeel aan bij de loonbelastingaangifte.


Geen verplichte duurzaamheidsrapportage? Let op de uitvraag van banken en klanten.


De nieuwsberichten beginnen op gang te komen over de verplichte duurzaamheidsrapportages. Hoewel voor een grote groep aan MKB-ondernemingen er geen verplichte duurzaamheidsrapportage nodig is gaat de uitvraag van bedrijven/instanties die wel onder deze Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vallen groter worden.


Wat betekent dit? Grote bedrijven gaan kritischer kijken naar hun toeleveranciers. Waar komen producten vandaan en hoe duurzaam dit is. Environmental, Social & Governance (ESG) zijn de pijlers waarop dit is gebaseerd.


Sinds medio 2024, biedt Amolé diensten aan op het gebied van duurzaamheidsrapportages. Amolé brengt samen met de ondernemer de ESG-pijlers in kaart en zet dit om in duurzaamheidsrapportages die je bij jouw jaarrapport kunt voegen. De bank zal hier blij mee zijn.


Meer informatie


Neem gerust contact met ons op voor vrijblijvende informatie of vragen.



Onderhoud onroerend goed en BTW aftrek
door Amolé BV 25 juni 2026
Omdat het leven nog niet ingewikkeld genoeg is, is vanaf 1 januari 2026 een nieuwe regel in werking getreden waarbij investeringsdiensten aan onroerend goed van boven de 30.000 euro een herzieningsperiode krijgen voor de BTW van 5 jaar. Dit houdt praktisch in dat als je je bedrijfspand laat schilderen voor 35.000 euro er 5 jaar lang moet worden bekeken of de activiteiten in dit pand nog voor de BTW belastbaar zijn en in welke verhouding dat is. Als de BTW voor 100% is afgetrokken en de activiteiten in het pand veranderen binnen deze 5 jaar naar 50% belaste activiteiten/ 50% vrijgestelde activiteiten, de 100% aftrek wordt gecorrigeerd. Waarom is dit lastig? Er zijn al regelingen voor herziening van de BTW voor onroerend goed (10 jaar) en roerende goederen (5 jaar) dus waarom is dit lastig. Roerende en onroerende goederen staan op de balans en hier wordt over afgeschreven. Dit is elk jaar zichtbaar. De onderhoudskosten zoals schilderwerk, lopen door de kosten in de Winst- en Verliesrekening, zodat de kosten allemaal in dit jaar vallen (dit wil je zo en dit hoort ook zo). In de jaren nadat ze door de Winst- en Verliesrekening heen gaan, zie je ze niet meer. Dit wordt een apart lijstje bijhouden wat altijd een keer fout gaat. Hoe kan dit worden voorkomen? Wellicht is het splitsen van de diensten een optie (verschillende offertes en facturen) en eventueel als het mogelijk is, een deel over de balansdatum (31 december) heen te tillen. Meer informatie Heb je vragen? Neem contact met ons op.
door Amolé BV 23 juni 2026
Mijn naam is Pavit Seistani, ik ben 20 jaar oud en ik studeer Economics & Business Economics aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Binnen Amolé ben ik werkzaam op de accountingafdeling, waar ik bedrijven ondersteun bij hun administratieve en financiële processen. Wat mij aanspreekt aan Amolé is de combinatie van professionaliteit, persoonlijke betrokkenheid en de mogelijkheid om mezelf continu verder te ontwikkelen binnen de financiële sector. Ik haal veel voldoening uit het ondersteunen van ondernemingen, het samenwerken met verschillende bedrijven en het voortdurend uitbreiden van mijn kennis binnen de financiële wereld. Ik word omschreven als rustig, sociaal en nauwkeurig. Daarnaast werk ik gestructureerd, neem ik verantwoordelijkheid serieus en vind ik het belangrijk om op een betrouwbare en professionele manier samen te werken met zowel collega’s als klanten. In mijn vrije tijd breng ik graag tijd door met familie en vrienden, sport ik regelmatig en speel ik graag padel en voetbal. Ik kijk ernaar uit om mezelf verder te ontwikkelen binnen Amolé en een positieve bijdrage te leveren aan zowel het team als de klanten, waarmee ik graag een fijne samenwerking aanga.
door Amolé BV 23 juni 2026
Vanaf 2027 krijgen werkgevers te maken met een extra belasting op zakelijke auto’s met een verbrandingsmotor (benzine, diesel of hybride) die ook privé gebruikt mogen worden. Wat houdt dit in? Werkgevers betalen een extra heffing van circa 12% van de cataloguswaarde Deze regeling geldt niet voor elektrische auto’s Doel: elektrisch rijden aantrekkelijker maken Let op: woon-werkverkeer telt als privé Er zit een belangrijke nuance in deze regeling: Voor deze extra belasting wordt woon-werkverkeer gezien als privégebruik (volgens de btw-regels). Dat wijkt af van de inkomstenbelasting, waar woon-werkverkeer juist als zakelijk geldt. Gevolg in de praktijk: Zelfs als een bedrijfsbus alleen wordt gebruikt voor werk, kan er tóch sprake zijn van ‘privégebruik’ en dus extra belasting. Voorbeeld : Een medewerker neemt de bedrijfsbus mee naar huis om ’s ochtends collega’s op te halen of inkopen te doen voordat hij naar de zaak rijdt. Dit wordt gezien als woon-werkverkeer → dus privégebruik → en leidt tot de extra heffing. Dit speelt ook bij: bouwbedrijven, installatiebedrijven en andere bedrijven waar busjes bij medewerkers thuis staan Mogelijke oplossingen (met beperkingen) Er zijn manieren om de heffing te beperken, maar die zijn niet altijd praktisch: Busjes op de zaak laten staan Medewerkers reizen eerst met eigen vervoer naar het bedrijf en vertrekken daar met de bus. Beperkingen: Vaak onvoldoende parkeerplaatsen bij bedrijfsunits In de omgeving is vaak ook weinig ruimte Elektrische busjes zijn niet altijd een oplossing door de beperkte actieradius , zeker bij zware belading Belangrijk om te weten: Werkgevers mogen deze extra belasting niet doorberekenen aan medewerkers Meer informatie Heb je vragen? Neem contact met ons op.